De of het wintergraan?

Het juiste lidwoord is:

het wintergraan

  • Meervoud: de wintergranen
Betekenis graan dat men in de late zomer of herfst zaait en de winter kan doorstaan

Zo gebruik je wintergraan

Met lidwoordhet wintergraan
Dit of dezedit wintergraan
Dat of diedat wintergraan
Ons of onzeons wintergraan
Jouwjouw wintergraan
Elk of elkeelk wintergraan
Welk of welkewelk wintergraan?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot wintergraan, het grote wintergraan
Meervoudde wintergranen, deze wintergranen

Voorbeeldzinnen met wintergraan

  • De winter zat al in de lucht, 's ochtends vroeg was de door de herfstregens doorweekte grond bevroren …
  • Boeren in Duitsland denken dat de vorst onherstelbare schade toebrengt aan gewassen als wintergraan, wintergerst en koolzaad.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).