De of het kasgeld?

Het juiste lidwoord is:

het kasgeld

  • Meervoud: de kasgelden
Betekenis (boekhouding) contant geld; geld in de vorm van munten en biljetten

Zo gebruik je kasgeld

Met lidwoordhet kasgeld
Dit of dezedit kasgeld
Dat of diedat kasgeld
Ons of onzeons kasgeld
Jouwjouw kasgeld
Elk of elkeelk kasgeld
Welk of welkewelk kasgeld?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot kasgeld, het grote kasgeld
Meervoudde kasgelden, deze kasgelden

Voorbeeldzinnen met kasgeld

  • Er is ongelooflijk veel kasgeld in Japan (bijna de helft van de totale activa van particulieren zit in kas) en omdat de rente al jarenlang nul is …
  • Ze zou het kasgeld in haar eigen portemonnee hebben gestopt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).