De of het werkfruit?

Het juiste lidwoord is:

het werkfruit

Betekenis (voeding, economie) gratis fruit dat bedrijven aan hun personeel geven

Zo gebruik je werkfruit

Met lidwoordhet werkfruit
Dit of dezedit werkfruit
Dat of diedat werkfruit
Ons of onzeons werkfruit
Jouwjouw werkfruit
Elk of elkeelk werkfruit
Welk of welkewelk werkfruit?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot werkfruit, het grote werkfruit

Voorbeeldzinnen met werkfruit

  • Zes jaar geleden stapte De Winter in het 'werkfruit'.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).