De of het wegenschaaf?

Het juiste lidwoord is:

de wegenschaaf

  • Meervoud: de wegenschaven
Betekenis rijdend apparaat dat een onverhard wegdek vlak maakt

Zo gebruik je wegenschaaf

Met lidwoordde wegenschaaf
Dit of dezedeze wegenschaaf
Dat of diedie wegenschaaf
Ons of onzeonze wegenschaaf
Jouwjouw wegenschaaf
Elk of elkeelke wegenschaaf
Welk of welkewelke wegenschaaf?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wegenschaaf, de grote wegenschaaf
Meervoudde wegenschaven, deze wegenschaven

Voorbeeldzinnen met wegenschaaf

  • Nou ja niets, er is een enkele keer een wegenschaaf gekomen om de bovengrond vast te drukken.
  • Met acht sneeuwploegen, waaronder twee wegenschaven, is men in de vroegte al begonnen met liet schoonmaken van de wegen en straten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).