De of het grensmuur?

Het juiste lidwoord is:

de grensmuur

  • Meervoud: de grensmuren
Betekenis een muur die ervoor zorgt dat men een grens niet makkelijk kan passeren

Zo gebruik je grensmuur

Met lidwoordde grensmuur
Dit of dezedeze grensmuur
Dat of diedie grensmuur
Ons of onzeonze grensmuur
Jouwjouw grensmuur
Elk of elkeelke grensmuur
Welk of welkewelke grensmuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote grensmuur, de grote grensmuur
Meervoudde grensmuren, deze grensmuren

Voorbeeldzinnen met grensmuur

  • ‘Denk erom hè… Geen haast,’ riep hij me na terwijl ik naar de grensmuur liep om mijn hand op het koude ijzer te leggen en mezelf moed in te praten: ‘veilig thuiskomen’.
  • De 19-jarige Miriam Luna probeerde zaterdag de oversteek naar Amerika te maken door over een metershoge stalen grensmuur bij El Paso te klimmen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).