De of het warmtegeleider?

Het juiste lidwoord is:

de warmtegeleider

  • Meervoud: de warmtegeleiders
Betekenis (natuurkunde) stof of apparaat dat warmte van de ene naar de andere plaats kan laten stromen

Zo gebruik je warmtegeleider

Met lidwoordde warmtegeleider
Dit of dezedeze warmtegeleider
Dat of diedie warmtegeleider
Ons of onzeonze warmtegeleider
Jouwjouw warmtegeleider
Elk of elkeelke warmtegeleider
Welk of welkewelke warmtegeleider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote warmtegeleider, de grote warmtegeleider
Meervoudde warmtegeleiders, deze warmtegeleiders

Voorbeeldzinnen met warmtegeleider

  • Vooral verse sneeuw is bovendien een slechte warmtegeleider, waardoor het ondergesneeuwde ijs nauwelijks warmte verliest en bevriezing wordt tegengegaan.
  • En zo geschiedde: Siebe, Dagmar en Linda knutselden in het technieklokaal een stoel en maakten van vier koperen buizen een warmtegeleider.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).