De of het huisdokter?

Het juiste lidwoord is:

de huisdokter

  • Meervoud: de huisdokters
Betekenis (medisch) een gespecialiseerde arts die perifeer – buiten de (academische) ziekenhuizen – werkt, maar niet in een ziekenhuis

Zo gebruik je huisdokter

Met lidwoordde huisdokter
Dit of dezedeze huisdokter
Dat of diedie huisdokter
Ons of onzeonze huisdokter
Jouwjouw huisdokter
Elk of elkeelke huisdokter
Welk of welkewelke huisdokter?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote huisdokter, de grote huisdokter
Meervoudde huisdokters, deze huisdokters

Voorbeeldzinnen met huisdokter

  • Aangezien ze hun huisdokter niet vertrouwden en ze in afwachting waren van de arts die uit de stad gehaald werd, probeerden ze deze dagen nu eens het ene, dan weer het andere medicijn uit.
  • "Donald Trump wordt de meest gezonde president ooit, als hij verkozen wordt", aldus de huisdokter van Donald Trump.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).