De of het wagenmenner?

Het juiste lidwoord is:

de wagenmenner

  • Meervoud: de wagenmenners
Betekenis (beroep) iemand die een paard met wagen bestuurt

Zo gebruik je wagenmenner

Met lidwoordde wagenmenner
Dit of dezedeze wagenmenner
Dat of diedie wagenmenner
Ons of onzeonze wagenmenner
Jouwjouw wagenmenner
Elk of elkeelke wagenmenner
Welk of welkewelke wagenmenner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote wagenmenner, de grote wagenmenner
Meervoudde wagenmenners, deze wagenmenners

Voorbeeldzinnen met wagenmenner

  • De afgesproken winnaar is het Romeinse span van de gemaskerde wagenmenner Coronavirus.
  • Het dier trok een koets, waarop het meisje als wagenmenner op de bok zat. Toen het dier op hol sloeg werd zij van de koets geslingerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).