De of het voordeursleutel?

Het juiste lidwoord is:

de voordeursleutel

  • Meervoud: de voordeursleutels
Betekenis sleutel waarmee men het slot van een voordeur kan openen

Zo gebruik je voordeursleutel

Met lidwoordde voordeursleutel
Dit of dezedeze voordeursleutel
Dat of diedie voordeursleutel
Ons of onzeonze voordeursleutel
Jouwjouw voordeursleutel
Elk of elkeelke voordeursleutel
Welk of welkewelke voordeursleutel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote voordeursleutel, de grote voordeursleutel
Meervoudde voordeursleutels, deze voordeursleutels

Voorbeeldzinnen met voordeursleutel

  • Ook nog een bos waarin ze haar eigen voordeursleutel herkende.
  • Een man die een appartement huurt in IJmuiden heeft per ongeluk ontdekt dat zijn voordeursleutel op andere woningen in het flatgebouw past.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).