De of het afroep?

Het juiste lidwoord is:

de afroep

  • Meervoud: de afroepen
Betekenis het afroepen

Zo gebruik je afroep

Met lidwoordde afroep
Dit of dezedeze afroep
Dat of diedie afroep
Ons of onzeonze afroep
Jouwjouw afroep
Elk of elkeelke afroep
Welk of welkewelke afroep?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote afroep, de grote afroep
Meervoudde afroepen, deze afroepen

Woorden die beginnen met afroep

afroepcontract | afroepcontractant | afroeper | afroeping

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).