De of het voetbalspeler?

Het juiste lidwoord is:

de voetbalspeler

  • Meervoud: de voetbalspelers
  • Verkleinwoord: het voetbalspelertje
Betekenis (voetbal) persoon die voetbalt

Zo gebruik je voetbalspeler

Met lidwoordde voetbalspeler
Dit of dezedeze voetbalspeler
Dat of diedie voetbalspeler
Ons of onzeonze voetbalspeler
Jouwjouw voetbalspeler
Elk of elkeelke voetbalspeler
Welk of welkewelke voetbalspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote voetbalspeler, de grote voetbalspeler
Meervoudde voetbalspelers, deze voetbalspelers

Voorbeeldzinnen met voetbalspeler

  • Tom zal nog een goede voetbalspeler worden.
  • Voetbalspelers dragen scheenbeschermers.

Woorden die eindigen op voetbalspeler

zaalvoetbalspeler

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).