De of het verzekeringskantoor?

Het juiste lidwoord is:

het verzekeringskantoor

  • Meervoud: de verzekeringskantoren
  • Verkleinwoord: het verzekeringskantoortje
Betekenis (economie) bedrijf dat verzekeringen doorverkoopt aan klanten

Zo gebruik je verzekeringskantoor

Met lidwoordhet verzekeringskantoor
Dit of dezedit verzekeringskantoor
Dat of diedat verzekeringskantoor
Ons of onzeons verzekeringskantoor
Jouwjouw verzekeringskantoor
Elk of elkeelk verzekeringskantoor
Welk of welkewelk verzekeringskantoor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot verzekeringskantoor, het grote verzekeringskantoor
Meervoudde verzekeringskantoren, deze verzekeringskantoren

Voorbeeldzinnen met verzekeringskantoor

  • Als hij mijn collega zou zijn op een verzekeringskantoor zou ik me de hele dag kapot lachen.
  • In het 19e-eeuwse gebouw aan de Rue de Marignan was vroeger een verzekeringskantoor gevestigd. Omdat er een nieuwe winkel van modemerk Oscar de la Renta zou komen, werd het hele interieur gestript.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).