De of het vakantievisum?

Het juiste lidwoord is:

het vakantievisum

  • Meervoud: de vakantievisums / vakantievisa
Regel Woorden op -um en -ium: meestal het. Bekijk de regel
Betekenis toestemming om als toerist tijdelijk in een land te verblijven

Zo gebruik je vakantievisum

Met lidwoordhet vakantievisum
Dit of dezedit vakantievisum
Dat of diedat vakantievisum
Ons of onzeons vakantievisum
Jouwjouw vakantievisum
Elk of elkeelk vakantievisum
Welk of welkewelk vakantievisum?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vakantievisum, het grote vakantievisum
Meervoudde vakantievisums, deze vakantievisums

Voorbeeldzinnen met vakantievisum

  • Ze konden ook geen vakantievisum voor India krijgen, om van daaruit naar Pakistan te gaan.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).