De of het koer?

Het juiste lidwoord is:

de koer

  • Meervoud: de koeren
  • Verkleinwoord: het koertje
Betekenis 1. verhard terrein voor, achter of in een huis 2. (figuurlijk) plaats waar de toiletten zijn

Zo gebruik je koer

Met lidwoordde koer
Dit of dezedeze koer
Dat of diedie koer
Ons of onzeonze koer
Jouwjouw koer
Elk of elkeelke koer
Welk of welkewelke koer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote koer, de grote koer
Meervoudde koeren, deze koeren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).