De of het vakantiegevoel?

Het juiste lidwoord is:

het vakantiegevoel

Betekenis stemming die men heeft op een vakantie

Zo gebruik je vakantiegevoel

Met lidwoordhet vakantiegevoel
Dit of dezedit vakantiegevoel
Dat of diedat vakantiegevoel
Ons of onzeons vakantiegevoel
Jouwjouw vakantiegevoel
Elk of elkeelk vakantiegevoel
Welk of welkewelk vakantiegevoel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot vakantiegevoel, het grote vakantiegevoel

Voorbeeldzinnen met vakantiegevoel

  • Vandaag worden spelletjes gespeeld. Er komen ook nog een playbackshow en een barbecue. Vuurkorven, lampjes en een waslijn met wat sokken en kleren, maken het vakantiegevoel compleet.
  • Wie verpozen in de natuur niet ziet zitten, kan ook proberen thuis een vakantiegevoel te creëren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).