De of het fandag?

Het juiste lidwoord is:

de fandag

  • Meervoud: de fandagen
Betekenis een evenement dat één dag duurt voor de supporters van een artiest of sportclub

Zo gebruik je fandag

Met lidwoordde fandag
Dit of dezedeze fandag
Dat of diedie fandag
Ons of onzeonze fandag
Jouwjouw fandag
Elk of elkeelke fandag
Welk of welkewelke fandag?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote fandag, de grote fandag
Meervoudde fandagen, deze fandagen

Voorbeeldzinnen met fandag

  • Agterberg is sinds drie jaar op Zandvoort actief als marshal. "Via een collega kwam ik er meer over te weten op een fandag. Het is nu echt een hobby geworden."
  • Yilmaz en Erdogan sluiten zich aan bij de selectie en zijn meteen opgenomen in de selectie voor de laatste oefenwedstrijd tegen VVV-Venlo, komende zaterdag tijdens de fandag van de Limburgse club.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).