De of het vakantie-uittocht?

Het juiste lidwoord is:

de vakantie-uittocht

  • Meervoud: de vakantie-uittochten
Betekenis de periode dat veel mensen het land verlaten om op vakantie te gaan

Zo gebruik je vakantie-uittocht

Met lidwoordde vakantie-uittocht
Dit of dezedeze vakantie-uittocht
Dat of diedie vakantie-uittocht
Ons of onzeonze vakantie-uittocht
Jouwjouw vakantie-uittocht
Elk of elkeelke vakantie-uittocht
Welk of welkewelke vakantie-uittocht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote vakantie-uittocht, de grote vakantie-uittocht
Meervoudde vakantie-uittochten, deze vakantie-uittochten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).