De of het uniformrok?

Het juiste lidwoord is:

de uniformrok

  • Meervoud: de uniformrokken
  • Verkleinwoord: het uniformrokje
Betekenis 1. (kleding) onderdeel van de volgens voorschrift gelijke kleren die leden van een bepaalde groep dragen … 2. (kleding, verouderd) jasje dat de bovenkant van de broek op zijn minst van achteren bedekt, als onderdeel van een officiers- of ambtskostuum Dit zijn meestal bestemd voor mannen.

Zo gebruik je uniformrok

Met lidwoordde uniformrok
Dit of dezedeze uniformrok
Dat of diedie uniformrok
Ons of onzeonze uniformrok
Jouwjouw uniformrok
Elk of elkeelke uniformrok
Welk of welkewelke uniformrok?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote uniformrok, de grote uniformrok
Meervoudde uniformrokken, deze uniformrokken

Voorbeeldzinnen met uniformrok

  • De uniformrok gaf haar pezige benen genoeg ruimte om met grote passen naar de volgauto te lopen, die aldoor voor de poort had gestaan.
  • De heer van E… laat zich aandienen; de kolonel verwisselt het witte buisje, wat hij aan zijne schrijftafel droeg met zijn uniformrok, voorzien van epauletten en wacht van E. af.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).