De of het basispastoraat?

Het juiste lidwoord is:

het basispastoraat

  • Meervoud: de basispastoraten
Betekenis (religie) geestelijke zorg die gericht is op de gelovigen zelf; geestelijke zorg op het laagste hiërarchische niveau

Zo gebruik je basispastoraat

Met lidwoordhet basispastoraat
Dit of dezedit basispastoraat
Dat of diedat basispastoraat
Ons of onzeons basispastoraat
Jouwjouw basispastoraat
Elk of elkeelk basispastoraat
Welk of welkewelk basispastoraat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot basispastoraat, het grote basispastoraat
Meervoudde basispastoraten, deze basispastoraten

Voorbeeldzinnen met basispastoraat

  • Sinds het aantreden van Franciscus zijn er steeds meer benoemingen van bisschoppen die uit het basispastoraat komen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).