De of het truïsme?

Het juiste lidwoord is:

het truïsme

  • Meervoud: de truïsmen
Betekenis gemeenplaats, vanzelfsprekendheid

Zo gebruik je truïsme

Met lidwoordhet truïsme
Dit of dezedit truïsme
Dat of diedat truïsme
Ons of onzeons truïsme
Jouwjouw truïsme
Elk of elkeelk truïsme
Welk of welkewelk truïsme?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot truïsme, het grote truïsme
Meervoudde truïsmen, deze truïsmen

Woorden die eindigen op truïsme

altruïsme

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).