De of het bouwsteiger?

Het juiste lidwoord is:

de bouwsteiger

  • Meervoud: de bouwsteigers
Betekenis tijdelijke stellage die tegen een muur geplaatst is tijdens de bouw

Zo gebruik je bouwsteiger

Met lidwoordde bouwsteiger
Dit of dezedeze bouwsteiger
Dat of diedie bouwsteiger
Ons of onzeonze bouwsteiger
Jouwjouw bouwsteiger
Elk of elkeelke bouwsteiger
Welk of welkewelke bouwsteiger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote bouwsteiger, de grote bouwsteiger
Meervoudde bouwsteigers, deze bouwsteigers

Voorbeeldzinnen met bouwsteiger

  • Voetganger komt om door uiteenvallen bouwsteiger in centrum Den Haag
  • Een bouwsteiger naast een koeltoren zou door onbekende oorzaak zijn ingestort.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).