De of het toneeldocent?

Het juiste lidwoord is:

de toneeldocent

  • Meervoud: de toneeldocenten
Betekenis (onderwijs, beroep) leraar die lesgeeft in acteren

Zo gebruik je toneeldocent

Met lidwoordde toneeldocent
Dit of dezedeze toneeldocent
Dat of diedie toneeldocent
Ons of onzeonze toneeldocent
Jouwjouw toneeldocent
Elk of elkeelke toneeldocent
Welk of welkewelke toneeldocent?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote toneeldocent, de grote toneeldocent
Meervoudde toneeldocenten, deze toneeldocenten

Voorbeeldzinnen met toneeldocent

  • In de toneelweek organiseert onze toneeldocent, tevens regisseur, een toneelmanifestatie met leerlingen uit zoveel mogelijk leeftijdsgroepen en van alle afdelingen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).