De of het inhaalduel?

Het juiste lidwoord is:

het inhaalduel

  • Meervoud: de inhaalduels / inhaalduellen
  • Verkleinwoord: het inhaalduelletje
Betekenis (sport) wedstrijd die men houdt omdat men die eerder heeft moeten uitstellen

Zo gebruik je inhaalduel

Met lidwoordhet inhaalduel
Dit of dezedit inhaalduel
Dat of diedat inhaalduel
Ons of onzeons inhaalduel
Jouwjouw inhaalduel
Elk of elkeelk inhaalduel
Welk of welkewelk inhaalduel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot inhaalduel, het grote inhaalduel
Meervoudde inhaalduels, deze inhaalduels

Voorbeeldzinnen met inhaalduel

  • FC Groningen speelt begin april een inhaalduel met FC Emmen en kan bij winst het bronzen kampioensschild in ontvangst nemen.
  • Ook de periodetitel ligt nog voor het grijpen. FC Groningen speelt begin april een inhaalduel tegen FC Emmen en mag bij winst in deze wedstrijd het bronzen kampioensschild in ontvangst nemen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).