De of het toiletbezoeker?

Het juiste lidwoord is:

de toiletbezoeker

  • Meervoud: de toiletbezoekers
  • Verkleinwoord: het toiletbezoekertje
Betekenis persoon die een wc gebruikt

Zo gebruik je toiletbezoeker

Met lidwoordde toiletbezoeker
Dit of dezedeze toiletbezoeker
Dat of diedie toiletbezoeker
Ons of onzeonze toiletbezoeker
Jouwjouw toiletbezoeker
Elk of elkeelke toiletbezoeker
Welk of welkewelke toiletbezoeker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote toiletbezoeker, de grote toiletbezoeker
Meervoudde toiletbezoekers, deze toiletbezoekers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).