De of het titelbewijs?

Het juiste lidwoord is:

het titelbewijs

  • Meervoud: de titelbewijzen
Betekenis (juridisch) officieel document dat duidelijk aangeeft en vastlegt wie eigenaar van een goed is Dit betreft vaak onroerend goed, maar het kan ook gaan om zaken als een motorvoertuig of vaartuig.

Zo gebruik je titelbewijs

Met lidwoordhet titelbewijs
Dit of dezedit titelbewijs
Dat of diedat titelbewijs
Ons of onzeons titelbewijs
Jouwjouw titelbewijs
Elk of elkeelk titelbewijs
Welk of welkewelk titelbewijs?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot titelbewijs, het grote titelbewijs
Meervoudde titelbewijzen, deze titelbewijzen

Voorbeeldzinnen met titelbewijs

  • Partijen zijn overeengekomen dat schriftelijk vastgelegd wordt dat de houtskeletbouw woning eigendom is van [eisers] Dit is een titelbewijs in de zin van artikel 7:9 BW.
  • De verkoper is verplicht de verkochte zaak met toebehoren in eigendom over te dragen en af te leveren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).