De of het aandak?

Het juiste lidwoord is:

het aandak

  • Meervoud: de aandaken
  • Verkleinwoord: het aandakje
Betekenis (bouwkunde) deel van een (voor)gevel dat boven de dakschilden uitsteekt

Zo gebruik je aandak

Met lidwoordhet aandak
Dit of dezedit aandak
Dat of diedat aandak
Ons of onzeons aandak
Jouwjouw aandak
Elk of elkeelk aandak
Welk of welkewelk aandak?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot aandak, het grote aandak
Meervoudde aandaken, deze aandaken

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).