De of het thuizenaar?

Het juiste lidwoord is:

de thuizenaar

  • Meervoud: de thuizenaren / thuizenaars
Betekenis iemand die veel thuis is, iemand die weinig zijn huis uit gaat, en daardoor leeft als een kluizenaar

Zo gebruik je thuizenaar

Met lidwoordde thuizenaar
Dit of dezedeze thuizenaar
Dat of diedie thuizenaar
Ons of onzeonze thuizenaar
Jouwjouw thuizenaar
Elk of elkeelke thuizenaar
Welk of welkewelke thuizenaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote thuizenaar, de grote thuizenaar
Meervoudde thuizenaren, deze thuizenaren

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).