De of het foutenmarge?

Het juiste lidwoord is:

de foutenmarge

  • Meervoud: de foutenmarges
Betekenis mate van onzekerheid bij de uitslag van een steekproef, statistische meting enzovoort

Zo gebruik je foutenmarge

Met lidwoordde foutenmarge
Dit of dezedeze foutenmarge
Dat of diedie foutenmarge
Ons of onzeonze foutenmarge
Jouwjouw foutenmarge
Elk of elkeelke foutenmarge
Welk of welkewelke foutenmarge?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote foutenmarge, de grote foutenmarge
Meervoudde foutenmarges, deze foutenmarges

Voorbeeldzinnen met foutenmarge

  • Professor Herman Goossens heeft afgelopen weekend zelf vastgesteld dat de foutenmarge bij zelftests groot is bij lagere temperaturen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).