De of het tandholte?

Het juiste lidwoord is:

de tandholte

  • Meervoud: de tandholten / tandholtes
Regel Woorden op -te: meestal de. Bekijk de regel
Betekenis 1. (anatomie) ruimte binnen een gebitselement voor bindweefsel en zenuwen 2. (anatomie) gat in het kaakbeen voor een tandwortel

Zo gebruik je tandholte

Met lidwoordde tandholte
Dit of dezedeze tandholte
Dat of diedie tandholte
Ons of onzeonze tandholte
Jouwjouw tandholte
Elk of elkeelke tandholte
Welk of welkewelke tandholte?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tandholte, de grote tandholte
Meervoudde tandholten, deze tandholten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).