De of het tafelloper?

Het juiste lidwoord is:

de tafelloper

  • Meervoud: de tafellopers
  • Verkleinwoord: het tafellopertje
Betekenis een smalle lap stof (ongeveer 40-50 centimeter) die ter decoratie in combinatie met een tafelkleed gebruikt wordt

Zo gebruik je tafelloper

Met lidwoordde tafelloper
Dit of dezedeze tafelloper
Dat of diedie tafelloper
Ons of onzeonze tafelloper
Jouwjouw tafelloper
Elk of elkeelke tafelloper
Welk of welkewelke tafelloper?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote tafelloper, de grote tafelloper
Meervoudde tafellopers, deze tafellopers

Voorbeeldzinnen met tafelloper

  • Een gordijn van harige wol, zijde, katoen, glazen kralen en stukken organza, een tafelloper met meegebreide balletjesketting, of een spiraalvormige bontshawl.
  • De kerstballen zijn de winkel nog niet uit of je struikelt alweer over de olijke paashazen, de in vrolijke lentekleuren uitgevoerde tafellopers en servetten en natuurlijk de paaseitjes zelf.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).