De of het landwacht?

Het juiste lidwoord is:

de landwacht

  • Meervoud: de landwachten

Zo gebruik je landwacht

Met lidwoordde landwacht
Dit of dezedeze landwacht
Dat of diedie landwacht
Ons of onzeonze landwacht
Jouwjouw landwacht
Elk of elkeelke landwacht
Welk of welkewelke landwacht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote landwacht, de grote landwacht
Meervoudde landwachten, deze landwachten

Meervoud, verkleinwoord en vertaling: WikiWoordenboek, licentie CC BY-SA 4.0.