De of het taalonderzoeker?

Het juiste lidwoord is:

de taalonderzoeker

  • Meervoud: de taalonderzoekers
Betekenis (beroep, taalkunde) iemand die door het doen van waarneming probeert taal beter te begrijpen

Zo gebruik je taalonderzoeker

Met lidwoordde taalonderzoeker
Dit of dezedeze taalonderzoeker
Dat of diedie taalonderzoeker
Ons of onzeonze taalonderzoeker
Jouwjouw taalonderzoeker
Elk of elkeelke taalonderzoeker
Welk of welkewelke taalonderzoeker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote taalonderzoeker, de grote taalonderzoeker
Meervoudde taalonderzoekers, deze taalonderzoekers

Voorbeeldzinnen met taalonderzoeker

  • Het woord gold jarenlang als het langste Duitse woord, aldus de Berlijnse taalonderzoeker Anataol Stefanowitsch.
  • Ook taalonderzoeker Vivien Waszink komt het woord steeds vaker tegen in Nederlandse hiphop. Zij doet onderzoek naar het vocabulaire van rappers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).