De of het streekgenoot?

Het juiste lidwoord is:

de streekgenoot

  • Meervoud: de streekgenoten
  • Verkleinwoord: het streekgenootje
Betekenis persoon die in dezelfde landstreek woont

Zo gebruik je streekgenoot

Met lidwoordde streekgenoot
Dit of dezedeze streekgenoot
Dat of diedie streekgenoot
Ons of onzeonze streekgenoot
Jouwjouw streekgenoot
Elk of elkeelke streekgenoot
Welk of welkewelke streekgenoot?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote streekgenoot, de grote streekgenoot
Meervoudde streekgenoten, deze streekgenoten

Voorbeeldzinnen met streekgenoot

  • Ook Dortmunds streekgenoot en aartsrivaal Schalke 04 kwam zaterdag in actie. Op bezoek bij Wolfsburg bleven de Gelsenkirchers steken op 0-0. Bayern München speelt zondag uit tegen VFB Bochum.
  • De laatste overwinning van RKC Waalwijk op Willem II was op 11 februari 2006, bijna vijftien jaar geleden. Sindsdien wist RKC tien eredivisieduels niet te winnen van de streekgenoot.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).