De of het stokgoed?

Het juiste lidwoord is:

het stokgoed

  • Meervoud: de stokgoederen
  • Verkleinwoord: het stokgoedje
Betekenis erfgoed

Zo gebruik je stokgoed

Met lidwoordhet stokgoed
Dit of dezedit stokgoed
Dat of diedat stokgoed
Ons of onzeons stokgoed
Jouwjouw stokgoed
Elk of elkeelk stokgoed
Welk of welkewelk stokgoed?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot stokgoed, het grote stokgoed
Meervoudde stokgoederen, deze stokgoederen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).