De of het kachelpijp?

Het juiste lidwoord is:

de kachelpijp

  • Meervoud: de kachelpijpen
  • Verkleinwoord: het kachelpijpje
Betekenis 1. een buis waardoor de verbrandingsgassen van een kachel het gebouw kunnen verlaten 2. een hoge zwarte hoed, cilinderhoed, hogebuis

Zo gebruik je kachelpijp

Met lidwoordde kachelpijp
Dit of dezedeze kachelpijp
Dat of diedie kachelpijp
Ons of onzeonze kachelpijp
Jouwjouw kachelpijp
Elk of elkeelke kachelpijp
Welk of welkewelke kachelpijp?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote kachelpijp, de grote kachelpijp
Meervoudde kachelpijpen, deze kachelpijpen

Voorbeeldzinnen met kachelpijp

  • Hij had haar gesmeekt geld naar zijn huis te brengen, waar ze dat moest achterlaten achter een kachelpijp in de tuin.
  • Ik heb me gebrand aan de hete kachelpijp.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).