De of het spurt?

Het juiste lidwoord is:

de spurt

  • Meervoud: de spurts / spurten
  • Verkleinwoord: het spurtje
Betekenis 1. snelle vooruitgang door een extra inspanning gedurende een korte tijd 2. (sport) sterke tempoverhoging gedurende een korte tijd om in een race andere deelnemers af te schudden

Zo gebruik je spurt

Met lidwoordde spurt
Dit of dezedeze spurt
Dat of diedie spurt
Ons of onzeonze spurt
Jouwjouw spurt
Elk of elkeelke spurt
Welk of welkewelke spurt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote spurt, de grote spurt
Meervoudde spurts, deze spurts

Woorden die eindigen op spurt

massaspurt | eindspurt | groeispurt

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Woorden die beginnen met spurt

spurter

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).