De of het groeispurt?

Het juiste lidwoord is:

de groeispurt

  • Meervoud: de groeispurten / groeispurts
  • Verkleinwoord: het groeispurtje
Betekenis 1. periode met snelle groei 2. de snelle groei tijdens de puberteit van een mens

Zo gebruik je groeispurt

Met lidwoordde groeispurt
Dit of dezedeze groeispurt
Dat of diedie groeispurt
Ons of onzeonze groeispurt
Jouwjouw groeispurt
Elk of elkeelke groeispurt
Welk of welkewelke groeispurt?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote groeispurt, de grote groeispurt
Meervoudde groeispurten, deze groeispurten

Voorbeeldzinnen met groeispurt

  • Deze vissoort krijgt elk jaar een groeispurt in de lente, die was net begonnen toen de dieren stierven, blijkt uit analyse van de botten.
  • "Misschien was de post-corona groeispurt de lucifer en zijn de miljarden van de centrale banken de benzine die al jarenlang over de economie wordt gegoten", zegt Van Mulligen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).