De of het spreekrecht?

Het juiste lidwoord is:

het spreekrecht

  • Meervoud: de spreekrechten
Betekenis 1. het recht dat men heeft om te spreken en gehoord te worden in een bepaalde situatie 2. het recht dat een slachtoffer of nabestaande zijn verhaal mag doen tijdens een rechtszaak

Zo gebruik je spreekrecht

Met lidwoordhet spreekrecht
Dit of dezedit spreekrecht
Dat of diedat spreekrecht
Ons of onzeons spreekrecht
Jouwjouw spreekrecht
Elk of elkeelk spreekrecht
Welk of welkewelk spreekrecht?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot spreekrecht, het grote spreekrecht
Meervoudde spreekrechten, deze spreekrechten

Voorbeeldzinnen met spreekrecht

  • Om die reden kan ze vanavond geen gebruik maken van het spreekrecht, waar ze tijdens de extra vergadering recht op heeft.
  • Hij had wederom vergeefs gevraagd om spreekrecht.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).