De of het spraakkanaal?

Het juiste lidwoord is:

het spraakkanaal

  • Meervoud: de spraakkanalen
  • Verkleinwoord: het spraakkanaaltje
Betekenis (fonetiek, anatomie) het geheel aan organen en holtes in het menselijk lichaam vanaf de stemplooien tot en met de neus- en mondopeningen …

Zo gebruik je spraakkanaal

Met lidwoordhet spraakkanaal
Dit of dezedit spraakkanaal
Dat of diedat spraakkanaal
Ons of onzeons spraakkanaal
Jouwjouw spraakkanaal
Elk of elkeelk spraakkanaal
Welk of welkewelk spraakkanaal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot spraakkanaal, het grote spraakkanaal
Meervoudde spraakkanalen, deze spraakkanalen

Voorbeeldzinnen met spraakkanaal

  • Medeklinkers zijn spraakklanken die door het blokkeren of belemmeren van de spraaklucht in het spraakkanaal worden geproduceerd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).