De of het afleesapparaat?

Het juiste lidwoord is:

het afleesapparaat

  • Meervoud: de afleesapparaten
  • Verkleinwoord: het afleesapparaatje
Betekenis toestel waarmee men de meetwaardes van een meetinstrument kan waarnemen

Zo gebruik je afleesapparaat

Met lidwoordhet afleesapparaat
Dit of dezedit afleesapparaat
Dat of diedat afleesapparaat
Ons of onzeons afleesapparaat
Jouwjouw afleesapparaat
Elk of elkeelk afleesapparaat
Welk of welkewelk afleesapparaat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot afleesapparaat, het grote afleesapparaat
Meervoudde afleesapparaten, deze afleesapparaten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).