De of het sporthistorie?

Het juiste lidwoord is:

de sporthistorie

  • Meervoud: de sporthistories / sporthistorieën
  • Verkleinwoord: het sporthistorietje
Betekenis 1. (geschiedenis, sport) de geschiedenis van de sport 2. (geschiedenis, sport) een verhaal over een sporter of sportgebeurtenis

Zo gebruik je sporthistorie

Met lidwoordde sporthistorie
Dit of dezedeze sporthistorie
Dat of diedie sporthistorie
Ons of onzeonze sporthistorie
Jouwjouw sporthistorie
Elk of elkeelke sporthistorie
Welk of welkewelke sporthistorie?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sporthistorie, de grote sporthistorie
Meervoudde sporthistories, deze sporthistories

Voorbeeldzinnen met sporthistorie

  • Jagr scoorde die wedstrijd weliswaar niet, maar zijn inbreng dat toernooi was elementair voor het grootste succes in de Tsjechische sporthistorie.
  • Met het verdwijnen van Candlestick Park, dat eind 2014 tegen de vlakte gaat, verdwijnt een stukje Amerikaanse sporthistorie.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).