De of het binnenklimaat?

Het juiste lidwoord is:

het binnenklimaat

  • Meervoud: de binnenklimaten
  • Verkleinwoord: het binnenklimaatje
Betekenis (meteorologie, bouwkunde) de atmosferische omstandigheden (temperatuur, windsnelheid en luchtvochtigheid) in leefomgevingen zoals broeikassen en gebouwen

Zo gebruik je binnenklimaat

Met lidwoordhet binnenklimaat
Dit of dezedit binnenklimaat
Dat of diedat binnenklimaat
Ons of onzeons binnenklimaat
Jouwjouw binnenklimaat
Elk of elkeelk binnenklimaat
Welk of welkewelk binnenklimaat?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot binnenklimaat, het grote binnenklimaat
Meervoudde binnenklimaten, deze binnenklimaten

Voorbeeldzinnen met binnenklimaat

  • Het eerste waar u rekening mee moet houden voor een gezond binnenklimaat is de tempratuur in huis.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).