De of het sneeuwtrekker?

Het juiste lidwoord is:

de sneeuwtrekker

  • Meervoud: de sneeuwtrekkers
  • Verkleinwoord: het sneeuwtrekkertje
Betekenis 1. (verkeer) voertuig, gewoonlijk een tractor, die speciaal is uitgerust om sneeuw te ruimen 2. (dierkunde) vogel die begint te trekken bij sneeuwval

Zo gebruik je sneeuwtrekker

Met lidwoordde sneeuwtrekker
Dit of dezedeze sneeuwtrekker
Dat of diedie sneeuwtrekker
Ons of onzeonze sneeuwtrekker
Jouwjouw sneeuwtrekker
Elk of elkeelke sneeuwtrekker
Welk of welkewelke sneeuwtrekker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sneeuwtrekker, de grote sneeuwtrekker
Meervoudde sneeuwtrekkers, deze sneeuwtrekkers

Voorbeeldzinnen met sneeuwtrekker

  • We hebben op wintersport een ritje op een sneeuwtrekker gemaakt.
  • De appelvink is een bekende sneeuwtrekker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).