De of het sneeuwbaard?

Het juiste lidwoord is:

de sneeuwbaard

  • Meervoud: de sneeuwbaarden
Betekenis 1. lange en dichte, witte beharing van de kin bij oude mannen Vaak genoemd als uiterlijk kenmerk van denkbeeldige figuren als Sinterklaas … 2. (figuurlijk) bosjes draden van ijs die bij hoge luchtvochtigheid en temperaturen net onder het vriespunt op rottend hout kunnen ontstaan door voortdurende bevriezing van het water dat schimmels …

Zo gebruik je sneeuwbaard

Met lidwoordde sneeuwbaard
Dit of dezedeze sneeuwbaard
Dat of diedie sneeuwbaard
Ons of onzeonze sneeuwbaard
Jouwjouw sneeuwbaard
Elk of elkeelke sneeuwbaard
Welk of welkewelke sneeuwbaard?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sneeuwbaard, de grote sneeuwbaard
Meervoudde sneeuwbaarden, deze sneeuwbaarden

Voorbeeldzinnen met sneeuwbaard

  • En ik die gewend ben, dat ten minste kleine kinderen bang voor mij zijn, voelde mij dadelijk aangetrokken tot het ventje, dat lachend naar mijn sneeuwbaard greep.
  • Elke winter moest ik echt zoeken naar een zeldzaam natuurverschijnsel: ijshaar, ook wel sneeuwbaard genoemd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).