De of het slangenkenner?

Het juiste lidwoord is:

de slangenkenner

  • Meervoud: de slangenkenners
  • Verkleinwoord: het slangenkennertje
Betekenis (beroep, biologie) kenner van slangen, beoefenaar van de ofiologie

Zo gebruik je slangenkenner

Met lidwoordde slangenkenner
Dit of dezedeze slangenkenner
Dat of diedie slangenkenner
Ons of onzeonze slangenkenner
Jouwjouw slangenkenner
Elk of elkeelke slangenkenner
Welk of welkewelke slangenkenner?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote slangenkenner, de grote slangenkenner
Meervoudde slangenkenners, deze slangenkenners

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).