De of het actiefolder?

Het juiste lidwoord is:

de actiefolder

  • Meervoud: de actiefolders
  • Verkleinwoord: het actiefoldertje
Betekenis kleine uitgave waarin voordeeltjes en kortingen staan vermeld die maar voor een bepaalde periode gelden

Zo gebruik je actiefolder

Met lidwoordde actiefolder
Dit of dezedeze actiefolder
Dat of diedie actiefolder
Ons of onzeonze actiefolder
Jouwjouw actiefolder
Elk of elkeelke actiefolder
Welk of welkewelke actiefolder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote actiefolder, de grote actiefolder
Meervoudde actiefolders, deze actiefolders

Voorbeeldzinnen met actiefolder

  • Su’en Verweij-Kwok (39), pedagoog uit Capelle aan den IJssel, is dol op ál die actiefolders van verschillende winkels.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).