De of het simultaantolk?

Het juiste lidwoord is:

de simultaantolk

  • Meervoud: de simultaantolken
  • Verkleinwoord: het simultaantolkje
Betekenis (beroep) tolk die vertaalt terwijl de spreker aan het woord is

Zo gebruik je simultaantolk

Met lidwoordde simultaantolk
Dit of dezedeze simultaantolk
Dat of diedie simultaantolk
Ons of onzeonze simultaantolk
Jouwjouw simultaantolk
Elk of elkeelke simultaantolk
Welk of welkewelke simultaantolk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote simultaantolk, de grote simultaantolk
Meervoudde simultaantolken, deze simultaantolken

Voorbeeldzinnen met simultaantolk

  • Zij wil simultaantolk worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).