De of het scheikundeleraar?

Het juiste lidwoord is:

de scheikundeleraar

  • Meervoud: de scheikundeleraars / scheikundeleraren
  • Verkleinwoord: het scheikundeleraartje
Betekenis (onderwijs, beroep) een leraar die les geeft in het schoolvak waarin de chemie wordt behandeld.

Zo gebruik je scheikundeleraar

Met lidwoordde scheikundeleraar
Dit of dezedeze scheikundeleraar
Dat of diedie scheikundeleraar
Ons of onzeonze scheikundeleraar
Jouwjouw scheikundeleraar
Elk of elkeelke scheikundeleraar
Welk of welkewelke scheikundeleraar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote scheikundeleraar, de grote scheikundeleraar
Meervoudde scheikundeleraars, deze scheikundeleraars

Voorbeeldzinnen met scheikundeleraar

  • Toms vader was een scheikundeleraar.
  • Ik kwam je scheikundeleraar tegen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).