De of het sectoreconoom?

Het juiste lidwoord is:

de sectoreconoom

  • Meervoud: de sectoreconomen
Betekenis (beroep, economie) econoom die deskundig is op het gebied van één bepaalde bedrijfstak

Zo gebruik je sectoreconoom

Met lidwoordde sectoreconoom
Dit of dezedeze sectoreconoom
Dat of diedie sectoreconoom
Ons of onzeonze sectoreconoom
Jouwjouw sectoreconoom
Elk of elkeelke sectoreconoom
Welk of welkewelke sectoreconoom?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote sectoreconoom, de grote sectoreconoom
Meervoudde sectoreconomen, deze sectoreconomen

Voorbeeldzinnen met sectoreconoom

  • Volgens Rico Luman, sectoreconoom transport en automotive van ING, moeten de heffingen ook niet gezien worden als een middel om Chinese auto's van de Europese markt te weren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).