De of het schoolleraar?

Het juiste lidwoord is:

de schoolleraar

  • Meervoud: de schoolleraars / schoolleraren
  • Verkleinwoord: het schoolleraartje
Betekenis (onderwijs, beroep) persoon die les geeft op een middelbare school

Zo gebruik je schoolleraar

Met lidwoordde schoolleraar
Dit of dezedeze schoolleraar
Dat of diedie schoolleraar
Ons of onzeonze schoolleraar
Jouwjouw schoolleraar
Elk of elkeelke schoolleraar
Welk of welkewelke schoolleraar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote schoolleraar, de grote schoolleraar
Meervoudde schoolleraars, deze schoolleraars

Voorbeeldzinnen met schoolleraar

  • "De voormalige schoolleraar had vooral lovende woorden voor Ajax-huurling Daley Blind, die zondag zijn debuut in de basis maakte.
  • Een terminaal zieke schoolleraar die zijn heil zoekt in de duistere onderwereld van de drugshandel, dat is het recept voor de beste dramaserie op tv.

Woorden die eindigen op schoolleraar

basisschoolleraar

Bij samenstellingen bepaalt het laatste deel het lidwoord. Bekijk de regel

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).